Karel Appel

Karel Appel werd geboren in Amsterdam, in de Dapperstraat nr. 7, waar zijn vader een kapperszaak had. Karel Appel groeide op te midden van het mondaine leven, leerde acteurs en dansers kennen, en was regelmatig in de schouwburg te vinden.

Al op jonge leeftijd wist hij dat hij kunstschilder wilde worden. Hij kreeg op zijn 15de jaar van zijn oom schildermateriaal cadeau. Met deze oom tekende hij in de omgeving van Amsterdam en leerde hij impressionistische landschappen te schilderen.

Hoewel hij voorbestemd was om de kapperszaak van zijn vader over te nemen, verliet Karel Appel in 1939 het ouderlijk huis, en ging in zijn eerste atelier wonen op de Zwanenburgwal 42 (nu 72-82).

Zelfportret uit 1942

Rijksacademie

In 1942 werd Karel Appel toegelaten aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Hij kreeg een klassieke opleiding. Het zelfportret hierboven uit 1942 is daar een mooi voorbeeld van.

Op de Rijksacademie leerde hij Corneille kennen, en later ook Constant Nieuwenhuijs. Hij zou een aantal jaren later met deze twee kunstenaars en andere kunstenaars uit België en Denemarken de Cobra-groep oprichten.

In het laatste jaar van de oorlog hielden Karel Appel en Corneille zich schuil in een woonboot aan de Vecht in Utrecht, om te ontkomen aan de tewerkstelling door de Duitsers.

1945

Na de bevrijding had Karel Appel twee jaar lang geen vaste woon- of verblijfplaats.

Edouard Pignon, Stilleven, 1942, in een post-kubistische stijl

In deze periode zag hij het werk van vijf jonge Franse schilders in een portfolio dat in 1943 was uitgegeven. Het waren de post-kubistische schilders Léon Gischia, Maurice Estève, Edouard Pignon, André Beaudin en Francisco Borès.

1946

Karl Appel had in 1946 zijn eerste solo expositie in Groningen. En hij deed, samen met Constant, Eugène Brands en Anton Rooskens, mee aan een tentoonstelling Jonge Schilders in het Stedelijk Museum in Amsterdam, dat onder leiding stond van Willem Sandberg. Hier zag hij ook een tentoonstelling met werken van Picasso en Matisse.

1947

In de herfst van 1947 ging Karel Appel met Corneille voor het eerst naar Parijs, om de schilder Edouard Pignon op te zoeken. In Parijs zag Karel Appel ook de schilderijen van Jean Dubuffet, die in een l’Art Brut stijl schilderde.

In dezelfde periode ontstond het contact met Asger Jorn, een schilder uit Denemarken.

1948 Amsterdam en Parijs

Op 16 juli 1948 richtte Karel, Appel, Corneille en Constant de Experimentele Groep in Holland op, samen met Anton Rooskens, Theo Wolvencamp en Jan Nieuwenhuijs. De Belgische schrijver Hugo Claus sloot zich later aan.

In november 1948 bezochten enkele kunstenaars van de Experimentele Groep een internationale conferentie over avant-garde kunst in Parijs, georganiseerd door Franse en Belgische surrealistische kunstenaars. De Belgische schrijver Christian Dotremont vond de Franse benadering te sektarisch. Enkele Deense , Nederlandse en Belgische kunstenaars trokken zich daarop terug uit het congres. Op 8 november 1948 kwamen ze samen in het Café de l’Hotel Notre Dame in Parijs en richtten daar de groep Cobra op. De naam COBRA was een samentrekking van de beginletters van de hoofdsteden Copenhagen, Brussel en Amsterdam. Aanwezig waren de Deense schilder Asger Jorn, de Belgische schrijvers Christian Dotremont en Joseph Noiret en de Nederlandse schilders Karel Appel, Constant en Corneille.

Karel Appel, Zelfportret, 1942 en de Vrijheidsschreeuw uit 1948

In het jaar 1948 veranderde het werk van Karel Appel volledig en ontstond bovenstaande voorstelling van de Vrijheidsschreeuw. Een grotere stijlverandering met zijn academische werk van 6 jaar daarvoor kun je je niet voorstellen.

Onderzoek

Ik heb lange tijd (vanaf 1982) onderzoek gedaan naar het vorm- en kleurgebruik in het beeldende werk van leerlingen en van kunstenaars. Daaruit is gebleken dat vormkrachten tijdens de zwangerschap invloed hebben op het vorm- en kleurgebruik in beeldend werk van kunstenaars.

Deze vormkrachten zijn feitelijk werkingen vanuit de astrale en de etherwereld. Deze astrale en etherkrachten werken op de levende natuur, op planten, bomen, dieren en ook op de mens. Ze zijn terug te voeren op planeten.

De uitgangspunten van het onderzoek heb ik uitgebreid beschreven in mijn boek “Prenatale Astrologie”. Het onderzoek heeft duidelijke raakvlakken met de gangbare astrologie. Het kijkt vooral naar de planeetwerkingen die tijdens de zwangerschap hebben plaatsgevonden. De periode vanaf de conceptie tot drie maanden na de geboorte is belangrijk. De geboortehoroscoop is daar een onderdeel van.

Karel Appel, geboortehoroscoop, 25 april 1921, Amsterdam, 16.00 uur

Onderzoek bij kunstenaars

Het beeldende werk van beeldende kunstenaars leent zich uitstekend voor dit onderzoek, omdat het de invloeden van planeten zichtbaar maakt in de schilderijen en in de beelden.

Ik heb het werk van veel kunstenaars kunnen bekijken, waaronder dat van Picasso, Mondriaan, Van Gogh, Kandinsky, Chagall, Cézanne, Monet, Munch, Gauguin, Matisse, Malewitch, Modigliani, Rodin, Maillol, Brancusi, Gonzalez, Zadkine, Giacometti, Marini, Marcel Duchamp, Man Ray, Max Ernst, Escher, Willink, Dali, Fernhout, Hockney, Basquiat, Warhol, en meer…

Astrologisch onderzoek van het werk van Karel Appel

Stijlveranderingen zijn ideale ontwikkelingsmomenten in het werk van een kunstenaar, waaraan de invloed van planeten is vast te stellen. Dat is bijv. te zien in het werk van Picasso en dat van Mondriaan.

In de jaren 1947-1949 ging Karel Appel over op een expressief vorm- en kleurgebruik. Vóór 1947 tekende en schilderde hij in een naturalistische en impressionistisch stijl. Na 1947 ging Karel Appel experimenteren met vorm en kleur.

Overzicht

De periode vanaf de conceptie tot drie maanden na de geboorte zijn van invloed op de levensloop en het werk van een kunstenaar. Deze periode wordt hieronder weergegeven in een overzicht. Waarin de planeetconjuncties in de zwangerschap links staan afgebeeld, de planeetconjuncties na de geboorte in het midden en de actuele planeetstanden, de transits, rechts. Alle aspecten staan horizontaal op elkaar afgesteld naar leeftijd en jaar in de levensloop, waarvan de details worden vermeld.

Ik zal het stap voor stap toelichten.

Tweedeling

In bovenstaand overzicht is een duidelijke tweedeling ontstaan door de aspecten vóór en nà 1947/1948. Het wordt gemarkeerd door de transit Pluto over de Neptunus radix van Karel Appel in 1947 en de Zonsverduistering van 10 november 1920 in zijn prenatale ontwikkeling voor het jaar 1948.

Vóór 1947

Vóór 1947 zijn het vooral de conjuncties met Jupiter en Saturnus in zijn prenatale ontwikkeling, in combinatie met de secundaire progressieve conjuncties met Mars en de transit van Uranus op zijn Zon en op zijn Mars.

Jupiter en Saturnus geeft aandacht voor een naturalistische (Jupiter) en klassieke (Saturnus) vormgeving. De aspecten met Mars zien we vaker optreden bij die kunstenaars die naar de waarneming tekenen. De transit van Uranus over zijn Zon radix zou wel eens te maken kunnen hebben met zijn vroege wens om kunstenaar te worden.

Vanaf 1948

Met ingang van 1948 veranderde het beeld volledig. De Zonsverduistering van 10 november 1920 is daarvoor een belangrijke factor gebleken. Vanaf 1948 zijn het voornamelijk conjuncties met Uranus en met Pluto die het beeld bepaald hebben.

Stijlontwikkeling bij Karel Appel

1942 Zelfportret – 1946 Mannenkop – 1948 Vrijheidsschreeuw

In de jaren 1947/1948 liep de transit Pluto over de Neptunus radix van Karel Appel. Deze transit gaf een sterke verbeeldingskracht. Het aspect markeerde de overgang van het pure afbeelden naar de volledige vrijheid van het vormgeven in vorm en in kleur.

1948 drietal Reliëfs

Karel Appel schilderde niet alleen, hij maakte ook houten reliëfs, waarin hij zijn verbeelding de vrije loop liet gaan. Hij timmerde houten onderdelen op een ondergrond en schilderde daar weer met verf op. Er ontstonden speelse figuren.

1951 Lineaire voorstellingen van vogels, bloemen en kinderen

In de jaren rond 1951 kreeg Karel Appel een transit Uranus over zijn Pluto radix. Dit aspect gaf extra uitdrukkingskracht aan zijn schilderijen.

1952 – 1953 – 1954 Schilderijen worden abstracter en dynamischer

In de jaren rond 1953/1954 werden de schilderijen van Karel Appel abstracter en dynamischer. In zijn secundaire progressies liep de Maan over zijn Uranus. Er ontstond een vorm van ‘Action Painting’.

1956 en 1957 Expressieve koppen, figuren en naakten

In de jaren rond 1956/1957 kwam de transit Uranus over de Neptunus radix van Karel Appel. De verbeelding (Neptunus) kreeg extra uitdrukking (Uranus). In deze jaren ging Appel naar New York en kwam daar in contact met de Amerikaanse Abstract Expressionisten, als de Amerikaanse Nederlander Willem de Kooning. Het beïnvloedde mede zij werken uit die periode.

1961 Ontstaan van abstracte schilderijen

In de jaren vanaf 1961 ontstonden in de prenatale ontwikkeling de eerste conjuncties met Uranus.

LHomme hibou uit 1960, een houten reliëf uit 1977 en een keramische kop uit 1978

Naast deze ruimtelijke werken maakte Karel Appel ook een aantal muurschilderingen, en glas in lood ramen.

Karel Appel, ontwikkeling in grafieken

In een grafiek kan je in één oogopslag zien hoe de planeetaspecten zich tijdens het leven in grote lijnen zullen ontwikkelen. Links in de grafiek staat de conceptiedatum van 26 juli 1920, de zwangerschap is onderverdeeld in 7-jaarsperioden, die gemarkeerd staan weergegeven, met jaren en leeftijd eronder. Op driekwart van de grafiek beginnen op de geboortedatum 25 april 1921 de secundaire progressies.

Bovenstaande grafiek toont alle conjuncties tussen de planeten onderling. We zien eerst een aantal conjuncties met Jupiter en Saturnus, vanaf 42 jaar ontstaan alle conjuncties en Uranus.

In de onderstaande grafiek zien we ook andere aspecten, als driehoeken (blauw) en sextielen (groen) en opposities en vierkanten (rood).

Een opvallend planeetaspect is de langlopende driehoek tussen Uranus en Pluto. In de bovenstaande grafiek is dat aspect rechts met blauw aangegeven.

Deze langlopende driehoek is vergelijkbaar met de langlopende driehoek tussen Uranus en Pluto van Pablo Picasso, van Ludwig van Beethoven, en die van Igor Stravinsky.

Dat het ook anders kan is te zien in de grafiek van Frida Kahlo, met heel veel opposities en vierkanten.