Piet Mondriaan

Het werk van Mondriaan dat hij maakte vanaf 1921

Mondriaan moet tien jaar oud zijn geweest, toen zijn oom Frits Mondriaan, een schilder in de stijl van de Haagsche School, naar Winterswijk kwam om daar in de omgeving te gaan schilderen. Het maakte diepe indruk op Piet Mondriaan, want rond deze tijd ontstond de wens om zelf ook kunstenaar te worden. De vader van Mondriaan was hoofd ven een school in Winterwijk, en een begaafd amateur-tekenaar. Mondriaan kreeg al vroeg onderricht van zijn vader in het tekenen naar de waarneming.

Mondriaan was 14 jaar toen hij zichzelf leerde schilderen. Zijn oom Frits gaf hem adviezen.

De vader van Mondriaan zag niks in een kunstenaarsbestaan van zijn zoon en moedigde Piet aan om aktes tekenen te gaan halen, om zo les te kunnen geven.

De aktes tekenen werden gehaald, maar Piet Mondriaan trok daarop, in 1892, 20 jaar oud, naar Amsterdam om lessen te volgen aan de Rijksakademie. Mondriaan zag daar het werk van George Breitner en Isaac Israëls.

Hij ontwikkelde zich verder als landschapsschilder, in een romantische, naturalistische stijl. In 1900 nam hij elementen over van het Symbolisme en de Art Nouveau, die hij had gezien in het werk van Jan Toorop en Floris Vester. In 1904 ontstonden landschappen en zonsondergangen in de omgeving van Uden.

In 1908 ging Mondriaan naar Domburg en ontmoette daar de kunstenaars rond Jan Toorop, de schilders Jan Sluijters en Leo Gestel. Hij onderging de directe invloed van een fauvistische en pointillistische schilderwijze. (1)

Horoscopen uit 1911 en 1912

In 1909 was Mondriaan lid geworden van de Theosofische Vereniging in Amsterdam. Hij ontmoette daar de theosoof en astroloog Adriaan van de Vijsel. Deze astroloog maakte in 1911 voor Mondriaan eerst een proefhoroscoop, waarin de Ascendant Aquarius werd beschreven, alsook de heerser van de Ascendant, Saturnus, Er werd gesproken over een polariteit tussen Zon en Maan.

Op basis van deze horoscoop heeft Mondriaan een uitgebreidere versie laten maken in 1912. Beide horoscopen vond Mondriaan zo belangrijk dat hij ze tot aan zijn dood in 1944 bij zich heeft gehouden. Deze horoscopen geven inzicht in de vorm van astrologie uit het begin van de twintigste eeuw.

horoscoop van Mondiaan uit 1912

In 1912 was Piet Mondriaan enige tijd verloofd met Greta Heijbroek en stond hij op het punt om naar Parijs te verhuizen. Dat zou wel eens de reden zijn geweest dat Mondriaan een meer uitgebreide horoscoop liet maken. Deze horoscoop bevindt zich nu in het Archief van de Rijksdienst voor Kunst Documentatie in Den Haag.

De horoscoop gaf ook vooruitzichten (hieronder). Zo zien we hier een deel van de tekst, waarin gesproken werd over de progressieve Mars over Venus radix, en de mogelijke relaties die dat zou kunnen opleveren. Ook lezen we over iets over het jaar 1914, in welk jaar Mondriaan na een bezoek aan zijn zieke vader, niet terug kon naar Parijs, in verband met het uitbeken van de WOI. Hij moest noodgedwongen meer dan 4 jaar in Nederland blijven.

Mondriaan zou uiteindelijk zijn relatie met Greta Heijbroek verbreken en naar Parijs vertrekken.

Nelly van Doesburg zag Mondriaan regelmatig in Parijs, waar zij woonde samen met haar man Theo van Doesburg. Nelly had een duidelijke mening over Mondriaan:

“Ze beschreef hoe Mondriaan graag naar vrouwen keek en met jongensachtig enthousiasme de looks van de dames besprak.”

“… Volgens Nelly was er in het leven dat Mondriaan leidde nauwelijks plek voor een vrouw. Zijn krappe woonruimte stond helemaal in het teken van zijn kunstenaarschap. Maar tegelijkertijd voelde ze dat Mondriaan vrouwelijk gezelschap mistte. Ze noemt het misschien wel de grootste persoonlijke tragedie in zijn leven. Hij vulde dat gemis in de eerste plaats met zijn kunst op, maar ook met vriendschappen die hij aanging.” (1)

Deze vriendschappen hadden verschillende kanten. Zo kon Mondriaan goed met Nelly van Doesburg overweg vanwege hun beider belangstelling voor de achtergronden van de kunst. Datzelfde beleefde hij ook in zijn contacten met Charmion von Wiegand, in hun belangstelling voor spirituele onderwerpen.

Natuurlijk waren er contacten met vrouwen die zich inzetten voor zijn kunst, of als verzamelaar zijn werk kochten. Hélène Kröller-Muller kocht regelmatig werk, en Ida Bienert, Katherine Dreier, Sophie Lissitzky-Kuppers en Peggy Guggenheim.

Daarnaast had Mondriaan ook contacten met vrouwelijke kunstenaars, zoals de schilderessen Jacoba van Heemskerck, Marlow Moss en de fotografe Florence Henri.

Het heeft Mondriaan niet ontbroken aan vrouwelijke contacten. Al verzuchtte hij wel eens dat hij opnieuw “bloemen moest gaan schilderen”, terwijl hij eigenlijk met zijn vrije werk bezig wilde zijn.

Artistieke ontwikkeling

Mondriaan schilderde vanaf 1895 vooral landschappen in een realistische stijl, met invloeden van de Haagsche School.

Rond 1905 ging Mondriaan experimenteren met kleur, en onststonden schilderijen in een expressionistische, later pointillistische, zelfs symbolistische stijl.

Mondriaan kwam rond 1911/1912 in aanraking met het Kubisme. Hij nam de werkwijze over en ontwikkelde daarmee een heel eigen manier van abstraheren. In zijn prenatale ontwikkeling had hij, vanaf zijn 40ste, alleen nog maar conjuncties met Saturnus. Deze planeet zien we ook bij andere kunstenaars die abstract zijn gaan werken.

Het eerste aspect dat zich voordeed in de prenatale ontwikkeling was een Mars/Saturnus conjunctie. Het aspect gaf het moment aan dat Mondriaan zijn voorstellingen vereenvoudigde tot een compositie van alleen maar lijnen. Het was een eerste vorm van abstractie. De Kerktoren van Domburg werd teruggebracht tot enkele lijnen in een ovale compositie.

Mondriaan paste deze werkwijze ook toe op stillevens en op bomen.

Bomen en gevels van huizen werden steeds verder teruggebracht tot enkel lijnen.

De composities werden rasters. De vlakken werden opgevuld met kleur.

Vanaf 1920 ontstonden de karakteristieke schilderijen met verticale en horizontale lijnen en de kleuren rood, geel, blauw, grijs en wit.

Mondriaan zal deze werkwijze tot 1940 in alle mogelijke composities verder uitwerken. In die periode had hij een drievoudige conjunctie tussen Mercurius en Saturnus , een Zon/Saturnus conjunctie en een Venus/Saturnus conjunctie. Deze laatste conjunctie geeft de periode aan waarin het lijnenspel zich verdichtte.

In 1936 had Mondriaan in Parijs kennis gemaakt met de jonge Amerikaanse schilder Harry Holtzman. Toen Mondriaan in 1940 door Harry Holtzman werd overgehaald om naar New York te komen, ontstonden daar de Broadway Boogie Woogie en de Victory Boogie Woogie. In zijn prenatale ontwikkeling heeft Mondriaan dan alle conjuncties met Saturnus achter zich gelaten, en voelde hij zich vrij om zijn beeldtaal te veranderen.

Mondriaan overleed op 1 februari 1944. Hij liet zijn werk na aan Harry Holtzman. In de nalatenschap vond Harry Holtzman tussen alle papieren de horoscoop van Mondriaan.

Holtzman blijkt een interessante overeenkomst te hebben met Mondriaan. Dat vraagt een aparte bespreking. In het kort komt het erop neer, dat Holtzman als student in eenzelfde stijl als Mondriaan ging schilderen. Holtzman, geboren in 1912, had op dat moment een Mars/Saturnus conjunctie, gelijk Mondriaan had in 1912.

Alle planeetaspecten op een rij

In onderstaand overzicht zijn alle conjuncties tussen planeten vermeld, die hebben plaatsgevonden in de prenatale ontwikkeling (links) en na de geboorte in de secundaire progressies (midden). Alle data staan horizontaal op elkaar afgesteld. Rechts staan enkele transits en belangrijke schilderijen en biografische gegevens. In de prenatale ontwikkeling zijn er vanaf november 1871 alleen maar conjuncties met Saturnus. Deze conjuncties zijn van invloed geweest op het abstracte werk van Mondriaan, dat vanaf 1912 ontstond.

In deze eerste levenshelft van Mondriaan zien we een Zon/Uranus conjunctie in de prenatale ontwikkeling, geldend voor het jaar 1883, toen Mondriaan 11 jaar oud was. Het kan de periode hebben aangeven waarin hij het besluit nam om kunstenaar worden.

We zien een eerste mystieke rechthoek, ontstaan door de progressieve Maan, op 28 maart 1872 (in de midden kolom). Deze datum kwam overeen met het jaar 1893, toen Mondriaan naar Amsterdam verhuisde en daar in aanraking kwam met de Theosofie.

…. wordt nog verder uitgewerkt….

… wordt nog verder uitgewerkt…..

Vergelijking

In een overzicht met de prenatale ontwikkelingen van een twaalftal kunstenaars zien we dat er grote verschillen zijn in het aantal en de samenstelling van conjuncties. Elke kunstenaar heeft zijn eigen samenstelling.

Kandinsky heeft ook veel conjuncties met Saturnus, maar deze staan in combinatie met een Mars/Uranus conjunctie. Kandinsky ging in 1911 over op abstract werk (Saturnus), met een dynamische periode (Uranus) in de jaren rond 1916.

De 12 genoemde kunstenaars wil ik nog verder uitwerken op deze website. Mondriaan en Picasso zijn al te lezen.

Horoscoop van Mondriaan

De horoscoop van Mondriaan heeft een Maan/Venus conjunctie net boven de Ascendant in Waterman, in een sextiel met Neptunus. Het lijkt me een mooi aspect voor een kunstenaar.

Maan en Venus ingaand vierkant op Pluto, geeft misschien het onvermogen om een echte verbinding aan te gaan. Mondriaan heeft altijd veel vrouwen gekend in zijn leven. Maar het heeft nooit tot een relatie geleid.

De Zon maakt een driehoek met Jupiter. Dit aspect geeft een zekere voorspoed. Het leven geeft je goede mogelijkheden om je te ontwikkelen.

Verder staat Saturnus oppositie Jupiter in vierkanten met Neptunus. Dit spanningsaspect zal zich af en toe tonen in zijn levensomstandigheden.

Dezelfde Saturnus in oppositie met Jupiter heeft een driehoek naar Pluto. Dit aspect zal in de secundaire progressies leiden tot een zgn. ‘mystieke rechthoek’, als de progressieve Maan in Schorpioen komt te staan. Dat gebeurde in 1892 en in 1920. Het gaf aanleiding tot zijn interesse voor spirituele onderwerpen.

Mondriaan en de Theosofie

Toen hij zich had ingeschreven aan de Rijksacademie in Amsterdam in 1892, verhuisde Mondriaan vanuit Winterswijk, helemaal in het oosten van Nederland, naar Amsterdam. Hij kreeg een kamer bij de vrienden van zijn vader, in de Kalverstraat, op nummer 154. De familie Wormser was een maand eerder verhuisd naar Singel 230. De beide zoons, Henry en Jacobus, bleven in de Kalverstraat, en beschikten over een huishoudster, een dienstbode en enkele winkelbedienden. In die omgeving kon Mondriaan een kamer huren.

Op de Rijksacademie raakte Mondriaan bevriend met Karel tde Bazel en Mathieu Lauweriks, die grote interesse bleken te hebben voor de Theosofie. De Internationale Theosofische Vereniging had net in 1892 een Nederlandse afdeling opgericht, en had een onderkomen in Amsterdam gevonden aan de Amsteldijk , niet ver van de Rijksacademie op de Stadhouderskade. Veel leerlingen van de Rijksacademie en kunstenaars waren lid van de Theosofische Vereniging. Onder de leden bevonden zich schilders, architecten, ingenieurs, toneelschrijvers, componisten, musici, fotografen en beoefenaars van kunstnijverheid. Het voldeed aan de behoefte om je te verdiepen in de spirituele kant van het leven.

Toch was Nederland er nog niet echt rijp voor. De verzuiling had nog teveel greep op het leven van alledag. Want toen de heer Vormser door had, dat de belangstelling van Mondriaan voor de Theosofie, van invloed bleek te zijn op zijn jongste zoon Jacobus, zegde hij de huur op en moest Mondriaan in 1895 een nieuwe kamer zoeken in Amsterdam.

Het zou tot 1909 duren, voordat Mondriaan zich zelf zou aansluiten bij de Theosofische Vereniging. Het was hier dat hij in contact kwam met de astroloog Adriaan van de Vijsel.

De eerste kennismaking met de Theosofie in 1892 vinden we terug in de secundaire progressies in de horoscoop van Mondriaan, toen de Maan in Schorpioen een ‘mystieke rechthoek’ maakte met de planeten Saturnus, Jupiter en Pluto. Hieronder staat de progressieve horoscoop van 28 maart 1872.

Mondriaan ….

… wordt verder aangevuld…..